Over

Jurrella Kleinmoedig
Het lot bepaalde dat Jurrella geboren werd op Curaçao. Ze heeft ook een heel tof Afro-kapsel. Jaren later kwam Jurrella erachter dat ze ook nog op vrouwen valt. Er waren tijden waarin je dan helemaal onderaan de maatschappelijke ladder stond.

“Iedereen moet ergens kunnen wonen” een ochtend op pad met Nikky van Wonen Limburg.

Deel op Facebook
Deel op LinkedIn
Deel op X

“Iedereen moet ergens kunnen wonen – en probeer dat maar eens aan iedereen uit te leggen.”

Die zin bleef hangen, lang nadat ik afscheid had genomen van Nikky.

Afgelopen week liep ik met Nikky mee, medewerker leefbaarheid bij Wonen Limburg. Ik wilde weten: hoe staat het eigenlijk met de leefbaarheid in onze wijken? Want hoe meet je zoiets? In cijfers valt het niet te vatten, zegt Nikky.

“De uitdaging is om te voorkomen dat wijken en complexen ontwricht raken.”

Wonen Limburg verhuurt in de gemeente Weert zo’n 6.000 woningen en appartementen (inclusief woonwagens).

Om dat in perspectief te plaatsen: Weert telde in 2023 in totaal 8.103 huurwoningen en 15.658 koopwoningen. Het aandeel van Wonen Limburg in de huurmarkt is daarmee 74%. In totaal – koop en huur – gaat het om 25% van de gehele woningvoorraad in de gemeente Weert.

Dat is een stevige verantwoordelijkheid. Want met zoveel woningen heb je ook invloed op de samenhang in de wijken.

Het gaat niet alleen om stenen.

De rol van Wonen Limburg gaat verder dan het verhuren van woningen. Ze zetten zich actief in voor de leefbaarheid in de complexen en wijken waar ze woningen hebben staan.

Dat betekent: overlast aanpakken – daarin werkt Wonen Limburg samen met verschillende partners – en, heel belangrijk: het bevorderen van ontmoeting.

Want contact tussen buren draagt bij aan een leefbare wijk. Dat is precies waar Nikky zich, samen met haar collega’s, voor inzet.

Wonen Limburg richt in haar complexen ontmoetingsplekken in, waar bewoners samen kunnen komen en activiteiten organiseren. Nikky begeleidt bewoners daarin, denkt mee en ondersteunt waar nodig.

“We doen veel,” vertelt ze, “maar soms blijft de opkomst laag.”

Waarop ik haar vroeg: is dit eigenlijk wel iets dat Wonen Limburg moet oppakken?

Nikky denkt even na.

“Mensen vinden ontmoeting belangrijk, maar in de praktijk blijkt het lastig. Zeker in een tijd waarin jongere generaties anders aankijken tegen samenleven dan ouderen. De senioren van nu – vaak boven de 70 – hebben een ander beeld van naastenliefde en gemeenschap dan jongeren die meer individualistisch ingesteld zijn.”

En wat als Wonen Limburg deze taak niet meer oppakt?

“Ik denk oprecht dat de mensen die daar behoefte aan hebben, hun weg daarin blijven vinden. Maar we leven in een steeds individualistischer wordende samenleving, waarin denkbeelden binnen ieders sociale bubbel alleen maar versterkt worden. Het risico is dat we steeds minder begrip hebben voor de ander. Daarom blijft Wonen Limburg hierin investeren. Anders komt de leefbaarheid serieus onder druk te staan.”

Verbinding zoeken in een veranderende samenleving.

Zijn er ook succesverhalen? Zeker. Een mooi voorbeeld is Geertenhof: een wooncomplex waar bewoners zelf een stichting hebben opgericht en dagelijks activiteiten organiseren.

Er is een grote groep vrijwilligers. Tegelijkertijd is er een groeiende behoefte aan jongere huurders om de continuïteit te waarborgen. Maar ook dat vraagt begeleiding. Het is zoeken naar balans: zodat het matcht en niet clasht.

Maar Wonen Limburg mag buiten de speciale doelgroepen huurders niet actief naar een woning bemiddelen – wat de uitdaging groter maakt.

Op het thema ontmoeting loopt er op dit moment een tweejarig project in samenwerking met Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), Punt Welzijn en de gemeente Weert.

Doel: plekken van verbinding creëren in de openbare ruimte. Mooie stappen, maar het blijft voortdurend aftasten wat echt werkt.

Hoog verloop en broze samenhang.

Op plekken zoals de Bloemenbuurt in Boshoven is het verloop in huurwoningen hoog. Dat beïnvloedt de samenhang in de buurt.

Nieuwe huurders voelen zich vaak minder betrokken bij hun wijk, terwijl huiseigenaren er al jaren wonen en zich verantwoordelijk voelen voor hun omgeving.

Tijdens onze autorit door Weert wijst Nikky me op verschillende situaties. Soms zag ik het meteen – een verwaarloosde voortuin, afval op straat.

Maar soms is het gevoel van verloedering subjectief. Wat de een als normaal ervaart, roept bij de ander onrust op.

Het wordt me pijnlijk duidelijk hoe fragiel het gevoel van saamhorigheid is. Alsof het alleen nog echt werkt binnen homogene groepen.

De verschillen worden groter – en de bruggen ertussen brozer.

Een ingewikkelde puzzel met mensen van vlees en bloed.

Het werk van Nikky en haar collega’s is van onschatbare waarde.

Als medewerker leefbaarheid begeleidt ze ook speciale doelgroepen die buiten het reguliere verhuursysteem vallen. Denk aan mensen met een negatieve huurdersverklaring, een complexe zorgvraag of gedragingen die groepsontwrichtend zijn. Mensen die niet passen binnen de maatschappelijke opvang, maar ook niet zelfstandig in een wijk kunnen wonen.

“Je moet goed weten wat er speelt,” zegt ze. “Waar de knelpunten zitten, en hoe je voorkomt dat een wijk uit balans raakt.”

Ik ben onder de indruk.

Pfff… ga er maar aan staan.

Een thuis voor iedereen.

Wat ik meeneem van deze ochtend?

Dat leefbaarheid geen vaste definitie heeft. Geen cijfer. Het is een gevoel.

Een optelsom van aandacht, zorg en verbinding.

En het is kwetsbaar.

Zonder mensen zoals Nikky – die het verschil maken – kunnen wijken zomaar kantelen.

En dan is er die ene zin, die blijft hangen, lang nadat we afscheid hebben genomen:

“Iedereen moet ergens kunnen wonen – en probeer dat maar eens aan iedereen uit te leggen.”

Deel op Facebook
Deel op LinkedIn
Deel op X